Verwerkingsadvies  voor  Durofloor vinylstroken

De controle en het voorbehandelen van de ondergrond

De controle
De ondervloer dient blijvend droog, vlak en schoon te zijn, zoals omschreven in DIN 18365. Eveneens dient de ondervloer druk en trekvast te zijn. Voldoet de ondervloer niet aan deze eisen neem dan contact op met een deskundige instantie.

Veel voorkomende gebreken of aandachtspunten betreffende de ondervloer zijn:

  • De aanwezigheid van grote oneffenheden in de vloer.
  • De aanwezigheid van scheuren in de vloer.
  • De drukvastheid van de vloer is onvoldoende.
  • Het oppervlak is te poreus.
  • Er is sprake van dilatatievoegen. Denkt u daarbij aan het eventueel moeten toepassen van speciale profielen en het laten aansluiten van de vloerbedekking.
  • Er is sprake van ernstige vervuiling van de vloer ten gevolge van bijvoorbeeld olie, was, lak, lijm- en verfresten etc.
  • Er zitten ongewenste niveauverschillen in de aansluiting met andere ruimten.
  • Vallen de temperatuur en de luchtvochtigheidomstandigheden in de ruimte(n) waar u moet werken binnen de normen.
  • Als er sprake is van een vloerverwarmingssysteem, overtuigt u zich er dan van dat er voorschriften aanwezig zijn voor het opstarten van de verwarming en of er tot zover volgens de regels is gehandeld. Een onjuiste temperatuur van de vloer kan voor u verstrekkende gevolgen met zich mee brengen.
  • De ondervloer is wel of niet vrijdragend, maar niet óf onvoldoende geventileerd.
  • Niet vrijdragende vloeren gelijk aan óf onder het maaiveld.
  • Niet vrijdragende vloeren onder het maaiveld en in het grondwater.
  • Vrijdragende vloeren, maar niet óf onvoldoende geventileerd.

De ondergrond
Is er sprake van een blijvend droge, scheurvrije, schone, trek- en drukvaste, vlakke vloer dan kunt u verder aan de slag. Controleert u vooraf met een hard en scherp voorwerp de hardheid van de toplaag van de vloer. U krast over een oppervlak van ca 100 cm² met een onderlinge afstand van ca 1 cm horizontale en verticale lijnen. Als de toplaag binnen de getekende ruitjes van ca 1 cm² niet kapot gaat, mag u er van uitgaan dat er van voldoende hardheid sprake is.

Onder een MDF of andere zwevende houten ondervloer (b.v. Jumpax) moet een PE folie worden gelegd van minimaal 150 Mu dik.

Het vochtgehalte in de vloer
Alle vloeren (uitgezonderd gietasfalt) kennen een maximaal toelaatbaar gewichtspercentage vocht.

Alle ondervloeren hebben na het storten een droogtijd nodig, voordat u er probleemloos vloerbedekking op kunt verwerken. De droogtijd is afhankelijk van de dikte van de constructie, de weersgesteldheid, de verwarmingsmogelijkheden, de ontluchting etc. Indien het vochtpercentage van de ondervloer het toegestane percentage te boven gaat, dan is de ondervloer ongeschikt om daarop een dampdichte vloerbedekking te plaatsen.

Overtuigt u zich in alle gevallen met welke situatie u te maken heeft. Is er bijvoorbeeld sprake van een dampdichte folie tussen de constructie- en de afwerkvloer? Het is belangrijk dat het vochtpercentage binnen aanvaardbare normen zit. Nog veel belangrijker is het zich ervan te overtuigen, dat het vochtpercentage van de vloer altijd binnen de norm blijft.

Vloerverwarmingconstructies moeten zo zijn gemaakt dat ook hier wordt uitgesloten dat er vochttransport vanonder uit de vloer of aangrenzende ruimtes kan plaatsvinden.

 Altijd voor de verwerking het vochtgehalte in de vloer meten en de percentages

 in overeenstemming brengen met de soort ondervloer.  In geval van twijfel

 altijd een deskundige raadplegen.

 

Een betrouwbaar hulpmiddel bij het vaststellen van een vochtpercentage is het CM-Gerät.

Noot: Op vloeren met vloerverwarming mag u, om beschadiging aan de verwarmingsinstallatie te voorkomen, geen vochtmeetmethodes toepassen waarbij het noodzakelijk is om gaten te hakken (bijvoorbeeld met het CM-Gerät). Als er sprake is van vloerverwarming, zullen er in het algemeen opstartvoorschriften of een zgn. "opwarmingsprotocol" aanwezig zijn. Als men zich hieraan houdt is vochtmeten overbodig.

Samenstelling van de ondervloer Het toelaatbare vochtgehalte voor de verwerking van Durofloor vinylstroken, gemeten met het CM-Gerät
   
Zand/ cement                       < 2,5 %
Anhydriet                             0,3 % à 0,5 %
Magnesiet                            < 0,3 %
Koudbitumen                        < 2 %

De voorbehandeling van de afwerkvloer
In principe moeten alle typen afwerkvloer VOORGESTREKEN EN GEËGALISEERD worden omdat de geringste oneffenheid in de ondervloer zich anders zal gaan aftekenen.

Raadpleeg desgewenst uw leverancier van lijm- en egalisatiemiddelen.

Voorstrijk- en egalisatiemiddelen moeten conform de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant worden opgebracht. Ze moeten dusdanig worden opgebracht dat ze zich hechten en duurzaam met de ondergrond verbinden, niet scheuren en voldoende drukvast zijn. De minimale egalisatiedikte voor rollende belasting is 2 mm. Dichte, niet zuigende ondergronden moeten bij gebruik van dispersielijmen voldoende dik worden geëgaliseerd (ten minste 2 mm). Na het uitvlakken de vloeiranden langs de wanden en overgangen wegsnijden. Dat geldt ook voor nog uitstekend isolatiemateriaal en afschermfolie. 

Installatievoorwaarden

  • Omgevingstemperatuur minimaal 18°C.
  • Ondervloertemperatuur minimaal 15°C.
  • Relatieve luchtvochtigheid maximaal 70%.
  • Niet alleen de omgeving dient een minimum temperatuur te hebben van 18°C, maar ook de vinylstroken zelf, evenals de voorstrijk- en lijmproducten.
  • Bij de meting van het vochtpercentage, vaststellen of de vloer uniform van dikte is - grotere laagdikten hebben een langere droogtijd.
  • Zorg voor optimale droogomstandigheden.
  • Breng voorstrijkmiddelen aan met een roller, niet met een trekker.

 

 

Algemene adviezen voor de verwerking van Durofloor speciaallijm

Controle ondergrond
Controleer altijd of er sprake is van een blijvend droge, scheurvrije, schone, trek- en drukvaste, vlakke vloer (zie ook hierboven).

Opslag
Zorg ervoor dat de vinylstroken altijd op een vlakke ondergrond liggen. Wanneer de vinylstroken niet vlak worden opgeslagen, kan dit leiden tot problemen bij de verwerking.

De controle van het te verwerken materiaal
Durofloor vinylstroken worden voor het verlaten van de fabriek aan een zorgvuldige controle onderworpen, waardoor een hoge kwaliteitsstandaard kan worden gegarandeerd. Echter, het volledig uitsluiten van een afwijking kunnen wij nooit 100% garanderen. Controleer daarom altijd vóór de verwerking het materiaal op zichtbare gebreken. Eventuele klachten worden alleen in behandeling genomen vóórdat u met het werk aanvangt. Ná de verwerking kunnen wij uitsluitend nog klachten in behandeling nemen ten gevolge van aanvankelijk verborgen gebreken. De op onze factuur vermelde gegevens zoals factuur- en ordernummer zijn noodzakelijk voor de behandeling van eventuele klachten.

Legplan
Voor een optimale vlakverdeling en een zo klein mogelijk snijverlies, een smetlijn uitzetten die is afgestemd op het formaat van de te verwerken vinylstroken. Wij adviseren u vooraf een werktekening te maken, hoe u de vinylstroken gaat leggen in de te verwerken ruimte.

Pas hierbij bij voorkeur ‘wildverband' toe in een natuurlijke verdeling, voor een optimale uitstraling op de vloer.

Legrichting
Durofloor vinylstroken zijn enigszins richtingsgeoriënteerd. Daartoe is aan de achterzijde van het materiaal een pijl gedrukt die verwijst naar de legrichting. Het is natuurlijk altijd mogelijk om hier van af te wijken, tenzij dwingend anders voorgeschreven. Zorg er wel altijd voor dat er een kleurend en natuurlijk geheel ontstaat op de vloer in de verwerkingsruimte.

Het ontspannen van het materiaal en de klimaatomstandigheden tijdens de verwerking
Om het materiaal voldoende de gelegenheid te bieden zich te ontspannen, moeten de vinylstroken minimaal 24 uur in de te verwerken ruimte (op kleine stapeltjes, zonder verpakking) worden gelegd, om zich aan de ruimte en de temperatuur te kunnen aanpassen. De ideale verwerkingstemperatuur ligt bij ca 18°C terwijl de luchtvochtigheidsgraad de 70% niet te boven mag gaan (zie ook hierboven).

Is aan deze voorwaarden niet voldaan, dan zal dat zijn consequenties hebben tijdens de verwerking. Het materiaal past zich namelijk aan de temperatuur aan van de ruimte waarin moet worden gewerkt. Te lage temperaturen en/of een te hoge luchtvochtigheidsgraad hebben tot gevolg, dat het materiaal zich moeilijker laat verwerken en de lijm nauwelijks zal afbinden.

Direct zonlicht moet, zeker tot op het moment dat de lijm volledig is afgebonden,

worden vermeden!

 

Als het materiaal wordt verwerkt op een MDF of een andere zwevende houten ondervloer (zoals Jumpax), dan dient dit minimaal 24 uur van tevoren te zijn gelegd

voordat begonnen wordt met het verwerken van de Durofloor vinylstroken.

 

Voorkom kleurverschillen
Per ruimte mag alleen materiaal worden verwerkt uit dezelfde productiebatch.

Vloerverwarming
Het gebruik van Durofloor lijm is mogelijk, mits de temperatuur van de vloer niet boven de 30°C. komt. Uit testen is gebleken dat de invloed van de vloerverwarming ruimschoots binnen de norm valt van <0,1 %. Zorg ervoor, dat vóór het aanbrengen van de vloerbedekking en voorliggende handelingen de vloerverwarming minstens 24 uur van te voren wordt uitgeschakeld.

 Minstens 24 uur na het plaatsen van de vloerbedekking

kan de vloerverwarming in stappen van 5°C per dag weer worden opgestart.

 

De verwerking
Als lijm dient u gebruik te maken van de speciale Durofloor lijm, een hoogwaardige oplosmiddelvrije dispersielijm speciaal geschikt voor Durofloor vinylstroken. 

De receptuur van de Durofloor speciaallijm is wezenlijk anders dan die van standaard PVC lijmen. De grootste verschillen zijn:

  • Vinylstroken moeten persé in de nog natte lijm worden gelegd; dit in tegenstelling tot de traditionele PVC lijmen.
  • Durofloor speciaallijm heeft een hardere eindfilm dan standaard PVC lijmen, waardoor het ontstaan van eventuele opstaande naden (bij warme temperaturen) tot een minimum wordt gereduceerd.

Durofloor speciaallijm aanbrengen volgens de gebruiksaanwijzing op de emmer. Het gemiddelde verbruik van deze lijm bedraagt ca 300 gram/m².

De lijm dient met een fijn getande lijmkam (A2) te worden aangebracht.

De vinylstroken direct in de natte lijm plaatsen. Opentijd 15 tot 20 minuten, afhankelijk van temperatuur en relatieve luchtvochtigheid. Tijdens het verlijmen niet op de net verlijmde vinylstroken kruipen of lopen, omdat deze in de natte lijm nog kunnen verschuiven. Na ca. 20 minuten de vloerbedekking zorgvuldig walsen en dit na ca. 30 minuten nogmaals herhalen.

Bij het leggen op MDF of een andere zwevende houten ondervloeren (zoals Jumpax) de vinylstroken vrijhouden van de plint. Om de vinylstroken over de gehele vloer op het juiste moment in het lijmbed te leggen, adviseren wij om met 2 personen te werken.

Houd altijd rekening met de klimatologische omstandigheden en de temperatuur in de verwerkingsruimte. Genoemde adviezen zijn gebaseerd op gemiddelde omstandigheden. Er is een optimale kleefkracht bereikt als u proefondervindelijk hebt vastgesteld dat de lijm ca 80% van het oppervlak van de onderzijde van de vloerbedekking heeft geraakt.

Bij de entree en in ruimten waar de te verwachte temperatuur en/ of de hoeveelheid vocht hoger is, adviseren wij een polyurethaan lijm (vocht- en temperatuurbestendig).

In ruimten waar de vloer in direct contact kan komen met overvloedig water, adviseren wij eveneens een polyurethaan lijm.

Nooit oplosmiddelen gebruiken voor het verwijderen van lijmvlekken.

Lijmvlekken direct verwijderen met een vochtige doek.

Gedroogde lijmvlekken verwijderen met water en zeep

(eventueel met behulp van een zacht sponsje).

   

Gebrs. Willard BV
Naarden, november 2008

  • Dessins
  • Serviceproducten
  • Garantie
  • Verwerkingsadvies

Nieuwsbrief

Ja, ik wil graag op de hoogte gehouden worden van nieuws, acties en aanbiedingen.

Disclaimer | © 2012